Werken in de ouderenzorg is nooit saai (5)

Ik kom ’s ochtends bij een bewoonster die die dag jarig is. Ik klop op de slaapkamerdeur, loop naar binnen en ik begin te zingen, er is er 1 jarig hoera, hoera dat kun je wel zien dat is zij.
De bewoonster kijkt mij aan en vraagt dan, wie dan? U bent jarig, zeg ik. Wie ik? Vraagt de bewoonster? NEE, ik niet hoor, zegt ze dan. Jawel, u bent vandaag echt jarig. Ze zegt dan dat ze er niets van begrijpt.
Ik vraag aan haar of ze mee gaat naar de douche. Om zich te wassen en aan te kleden, dat wil ze wel. Ze loopt aan mijn arm mee naar de badkamer.
Dan vraagt ze, is er vandaag nog wat bijzonders te doen? Deze vraag stelt ze elke morgen. Jaaaaaha, u bent jarig vandaag. Wie is er jarig, vraagt mevrouw. U bent vandaag jarig, antwoord ik. Ik begrijp er niets van, zegt ze dan. U bent echt jarig vandaag. Neeeeeee, ik niet, zegt ze dan.
Wanneer ik vraag wanneer ze jarig is antwoord ze dat ze dat niet weet. Als ik vraag wanneer ze geboren is weet ze het antwoord wel. Op 1 februari, nou dat is vandaag zeg ik tegen haar. Dus bent u vandaag jarig? Er komt een glimlach op haar mond. En weer begin ik enthousiast te zingen, er is er 1 jarig. Ik wijs naar haar. Ze zegt dan gelijk weer dat ze er niets van begrijpt.
Dan vertel ik dat de kinderen vandaag komen omdat ze jarig is. Ze geeft weer aan dat ze het niet begrijpt. Zo herhaalt zich de vraag en het antwoord nog diverse keren net zolang totdat ze helemaal klaar is. Ze heeft haar nette kleding aan, geurtje op, helemaal klaar voor het verjaardagsfeestje.
Dan lopen wij naar de gezamenlijke huiskamer. Wat moet ik nu doen? Vraagt ze al lopend aan mijn arm. U mag straks een boterham gaan eten. We lopen de gezamenlijke huiskamer in. Dan zegt ze tegen mij. Je doet dat wel heel goed. Ik mag je wel. Je bent een goeie zuster. We lopen gearmd naar de stoel. Ze kijkt me aan en ze geeft me een stevige armdruk. Ze legt haar andere hand op mijn arm en klopt zachtjes op mijn arm. Wat een heerlijk compliment. Kijk daar doen we het voor.

Ik kom binnen
En zie dat je mij herkent.
Mijn naam is onvindbaar,
Niet belangrijk op dat moment.
Je blijde glimlach die verschijnt.
Je broze gezicht in tweeën splijt.
Dat is wat je op dit moment voelt.
En ik weet: die mooie lach,
Die is dit keer echt voor mij bedoelt.

Gedicht geschreven door Karin Cijsouw

Verschijnselen bij dementie

Dementie is meer dan alleen vergeetachtigheid. Bij dementie kunnen vele verschijnselen optreden, die gevolgen hebben voor het dagelijks leven, in de dagelijkse activiteiten, in het huishouden en in relatie met anderen. Mensen in de omgeving merken dat dingen misgaan.

Het geheugen

  • Het wordt moeilijker nieuwe informatie te onthouden.
  • Wat ze ooit geleerd hebben, komt moeilijker naar boven of is zelfs verdwenen.
  • Ze vergeten niet alleen de naam van een familielid of kennis, maar herkent hem of haar op den duur niet meer.
  • Ze kunnen zich gebeurtenissen van gisteren niet meer herinneren.
  • Ze weten niet meer waarom ze ergens heen zijn gelopen.

Oriëntatie

  • Ze kunnen de weg niet meer vinden in een vertrouwde omgeving.
  • Ze weten niet meer waar ze zijn.
  • Ze kunnen niet meer inschatten welk dagdeel het is (ochtend, middag of avond?).

Taal en communicatie

  • Het wordt moeilijker om een gesprek te voeren.
  • Er ontstaan ‘rare’ gesprekken doordat ze ineens stilvallen of onlogische antwoorden geven.
  • Ze herhalen steeds hetzelfde verhaal of dezelfde vraag.
  • Sociale contacten nemen af (ze gaan bijvoorbeeld niet meer naar verjaardagen of naar een vereniging).

Plannen, organiseren, eenvoudige handelingen uitvoeren

  • Ze krijgen moeite om dingen te plannen of in een bepaalde volgorde uit te voeren, zoals boodschappen doen of eten koken.
  • Ze hebben problemen met eenvoudige handelingen, zoals aankleden of haren kammen.
  • Het huis is rommelig terwijl het voorheen netjes was.
  • Ze zijn vaak dingen kwijt en vinden ze later op een ongebruikelijke plek terug. Vaak denken ze dat anderen spullen hebben weggenomen.

Lichamelijk

  • Ze besteden minder aandacht aan uw uiterlijk.
  • Ze vallen af zonder dat daar een duidelijk reden voor is.
  • Ze krijgen moeite met lopen.

Gedrag en karakter

  • Ze reageren anders en voelen zich anders. Een bescheiden persoon wordt bijvoorbeeld uitbundig of opdringerig.
  • Ze uiten hun gevoelens minder, zonder dat ze somber of verdrietig zijn.
  • Ze zijn veel passiever dan vroeger, ze komen nergens toe.
  • Ze voelen zich rusteloos, of zijn steeds (ongericht) bezig.

Heeft u hier vragen over?

Agenda

Bekijk alles

Tip van Hanzeheerd

Klik op een agenda of nieuwsitem om meer te lezen