Werken in de ouderenzorg is nooit saai (2)

Onze activiteiten collega heeft zich ziekgemeld. Ik kreeg de vraag of ik een activiteitenmiddag wil leiden. Nou dat leek mij wel leuk. Ik kreeg het draaiboek toe gemaild en nog wat mondelinge toelichting.

Die middag.
De dag ervoor kreeg ik te horen dat het Zwolse trio niet kwam vanwege ziekte. Ze hadden gelukkig nog iemand kunnen vinden die een muzikale invulling wilde geven aan de middag. De activiteiten coördinator zei erbij, dat het wel een feestje moest worden. Je moet de bewoners erbij betrekken. De inloop begon om 14.15 uur. Er werd door de vrijwilligers koffie met een oliebol of een appelflap geserveerd. Die oliebollen en appelflappen die gingen er wel in. De man die de muzikale invulling zou gaan doen was ook gearriveerd. Even overlegd hoe de indeling was van de middag. Hij zou Oud-Hollandse liedjes gaan spelen. Er kwam ook nog een mevrouw langs om een cheque aan te bieden namens het Oranje Fonds.

Na de overhandiging van de cheque begon onze man te spelen op de piano. Ik kijk de zaal in en zie dat er toch al een aantal bewoners flink ingedut waren. Ik hoor nog de activiteitencoördinator zeggen, je moet de bewoners wel motiveren, het moet een feestje worden. Ik ga midden in de zaal staan en begin te zingen en te klappen. Een vrijwilligster gaat aan de andere kant staan en zingt en klap ook enthousiast mee. Ik zie dat ze mee zingen en een paar handen meeklappen. Een feestje is het nog niet. Dan wordt er een lied gespeeld, welke ik niet ken. Ik stop met zingen en de vrijwilligster ook. Bijna niemand zingt mee. Ik hoor een paar zachte stemmen.

Ik loop naar de man achter de piano, en vraagt of hij erbij wil zingen. Ja dat wil hij wel. Ik pak de microfoon en zet deze bij de piano neer. Ondertussen blijft de beste man spelen. Bijna niemand zingt mee. Ik sta te worstelen met die microfoon goed neer te zetten. De ene opvlieger na de andere opvlieger vliegt door mijn lichaam. Pfffff ik kan mijn bloesje ook niet uitgooien. Ik heb er wel een shirtje onder maar dan zie ik er niet meer feestelijk uit. Dan denk ik aan diegene die naast mij staat op het koor waar ik zing. Die zei laatst, ai zo’n opvlieger krieg dan mue gewoon denkn dai op een Caribisch eiland zitn. Door is ut ok altiet hiette. En dat vin ie dan niet arg. Terwijl ik een poging doe om het knopje oooooopen te draaaaaien van de steel van de microfoon, pffff wat zit die strak dichtgedraaid, denk ik aan een mooi Caribisch eiland. Na veel heeeeel heeeeeel veeeeel kracht te zetten op het knopje lukt het om de microfoon goed neer te zetten. En de meneer begint te zingen.
WEG Caribisch eiland, terug bij de Hollandse klompendans.

Hij kan prachtig zingen maar het is geen carnavalskraker. Er zingen maar een paar bewoners zachtjes mee. Dat feestje, dat gaat hem nog steeds niet lukken. Opeen bedenk ik mij iets. Als ik op de afdeling werk dan moet ik in de huiskamer de avondmedicatie geven. Ik heb dan niet altijd de medicatie gedeeld terwijl de bewoners al uit gegeten zijn. Als het eten op is dat is het gelijk, zuster ik moet naar de wc, zuster wilt u helpen met opstaan, zuster waar is mijn rollator, enz, enz. Als ik nog niet klaar ben dan begin ik te zingen. Ondertussen weet ik welke liederen ze mooi vinden. Ik zet dan een lied in en de rest zingt dan mee. Dan hoor je geen zuster dit, zuster dat. En ik ga dan ondertussen door met de laatste medicatie geven aan de bewoners.

Dus ik pak de microfoon en vraag of iemand een lied weet om te zingen. Er zit een zoon van een bewoonster in de zaal en die roept een lied. Ik geef de microfoon aan hem en hij begint een lied te zingen. De zaal zingt mee. Dan vraag ik een bewoonster welk lied wilt u zingen? Die wil altijd het lied, Heerde is het mooiste plekje zingen. Iedereen zingt mee. In het begin vonden ze het eng om in een microfoon te zingen. Maar op een gegeven moment ren ik gewoon door de zaal heen. Bijna iedereen wil een lied zingen. De een na de andere roept een lied. De man achter de piano die kon elk lied meespelen. Hij luisterde naar het lied dat werd ingezet en hij begon te spelen, geweldig. En iedereen zong uit volle borst mee. Wat een gezellig feest.
Opeens was het tijd. Die anderhalf uur waren om. Ik bedank de man achter de piano. Hij vond het geweldig om op deze manier te zingen met de bewoners. Hij vroeg of ik dat vaker zo deed? Nee, dit was een noodgreep.

Heeft u hier vragen over?